Fred PellenaarsFred PellenaarsFred PellenaarsFred Pellenaars
Nothing compares to the simple pleasure of a bike ride ~John F. Kennedy
Nothing compares to the simple pleasure of a bike ride ~John F. KennedyNothing compares to the simple pleasure of a bike ride ~John F. KennedyNothing compares to the simple pleasure of a bike ride ~John F. KennedyNothing compares to the simple pleasure of a bike ride ~John F. Kennedy
Dat het leven van een toerfietser soms ook heel anders kan lopen bewees zich in de laatste maanden van 2011:
Doel “Hee, een mailtje van de Maratona, moet ik ook nog eens doen…” De zoektocht naar de uitdaging voor 2012 eindigde door het bekijken van de beelden op de site en de verhalen van Enrico. Echter, nadere bestudering leerde meteen dat de kans om aan deze italiaanse cyclo deel te kunnen nemen zeer klein is. Vooraf is er een loting (29.000 gegadigden voor 8.000 startplekken, slechts 10% voor nederlandse deelnemers).
Mmmppffrt.. gaat hem niet worden, of toch? Een kleine kans diende zich aan omdat de plaatselijke reisorganisatie zogenaamde pakketten aanbied waarbij je voor tussen de 400 en 800 euro een hotelkamer en startbewijs koopt. Plaats van handeling, de holimites website waarop op op een bepaaldde dag om 3 uur smiddags je een pakket kon boeken. Vooraf even een kleine check gedaan en voor nog 4 geinteresseerden stond ik startklaar om te boeken. Helaas lag door de grote interesse de server plat en die bleef plat. Herkansing de dag erna om 8 uur savonds. Ik dacht nog, om 8 uur savonds zitten er vast nog meer mensen achter de laptop, maar okee, we gaan met de hand op de boekingsknop klaarzitten.
Maar ook de volgende avond lag de server er uit, nu na 15 seconden. Ik kreeg zelfs SQL errors van de database van de website in beeld. Gedesillusioneerd wilde ik al afdruipen toen ik als laatste strohalm Holimites een twitterberichtje stuurde met een screenprint van hetgeen ik op m’n scherm stond. “Superbedankt” was het antwoord “nu weten we eindelijk waar de fout zit die dit veroorzaakt”. Als dank kreeg ik van eigenaar Igor Tavella van Holimites de toezegging dat ik de volgende morgen een speciale logincode zou krijgen waarmee ik gedurende de ochtend op m’n gemak een deelnamepakket zou kunnen boeken. Als tip gaf hij nog de naam van volgens hem het beste hotel op slechts 500 meter van de start (http://www.hotel-dolomiti.com/). Twaalf uur later lag de bevestiging van boeking en deelname in de mailbox.
Materiaal
Twee weken later: “Meneer Pellenaars, u heeft tijdens de laatste BikeMotion een antwoordkaartje ingeleverd bij Edco voor de verloting van een paar carbon wielen ?” “Eeuuuhh, ja dat klopt!” “Dan doet het mij plezier u te mogen meedelen dat u de winnaar bent !”
En zo sta ik een paar weken na de BikeMotion (kaartjes overigens via een Twitter actie van Gazelle(dank!) ook voor nop binnen, maar dat terzijde ) )naast Olympisch snowboardkampioene Nicolien Sauerbreij die me op de wielershow van Plieger Sport een paar mooie wielen (Furka Competition Oseous met Ceramic Braking Surface) twv € 1.750 uitreikt. Slecht zeg….
Na iets meer dan een jaar weer een blogsel van mijn hand. Dat heeft een reden. Ik verklaar mij nader in twee delen.
Na het Ventoux avontuur vorig jaar was ik begin dit jaar nog steeds naarstig op zoek naar een uitdaging. Het wekelijkse trainingsrondje werd eentonig, het vooruitzicht van de bekende toerritten deed de zucht naar uitdaging alleen maar toenemen. Ik wil iets nieuws, iets nieuws! spookte het in mijn hoofd. Samen met Jeremy zet ik vast organisatie en deelname van het 1e NK voor Online Professionals in de agenda.
Begin Mei 2011, de tweedaagse rit met een aantal fietsvrienden in Duitsland toen op de tweede dag, na een pittige klim mijn carbon Pinarello Prince met de bovenbuis omviel op een scherp stuk steen die in het gras lag. Resultaat: bovenbuis gescheurd, frame Total loss. Verzekeringswerk, maar toch, ik kon wel janken. Weg fiets, weg leuke dag. Mijn fiets, deze fiets met wie ik menige kilometer had samengespannen om tot een overwinning op mezelf te komen was overleden. Op een lullige manier.
Terwijl de fietsmaatjes hun weg vervolgden reed ik met een auto mee naar beneden en gedoucht zat ik een uur later in mijn eentje in een wildvreemd Duits dorp allenig in de zon aan een stiekem biertje. Zelftroost. Maar de fiets was niet de enige die viel dit jaar helaas..
Twee weken later. “We gaan naar opa en oma!” De kids zijn enthousiast en ik zie een kans om toch even de (reserve)fiets te pakken. Als jullie met de auto gaan vertrek ik vast eerder op de fiets. Honderd kilometer voor de boeg, het weer is lekker, de route bekend, dus op naar Brabant.
Na 95 km, op 5 km van de eindbestemming nader ik, rijdende op een voorrangsweg, een T-splitsing. Van rechts komt over een viaduct een auto aan die de zelfde richting op wil als ik.
Net als ik me afvraag of hij me wel ziet stuiter ik over het asfalt. Zonder te remmen was hij vol tegen min achterwiel aangereden, een soort van Beloki val tot gevolg. De reservefiets is afgezien van een deuk in een wiel nog redelijk heel, maar kleding stuk, helm gescheurd, naar ziekenhuis met Ambulance en na twee weken later bleek ook heiligbeen en schaambeen op twee plekken stuk. Fietsen is er de komende maanden niet meer bij. Kunnen we nog wel op vakantie? Ook dat nog…
Na de eerste woede overheerste na een tijdje toch het besef dat ik er nog genadig van af ben gekomen. Aangezien de beste chauffeur me als hij een fractie sneller reed ook vol aan de zijkant tegen mijn been had kunnen rijden.
De zomermaanden gaan verder rustig voorbij zonder enige vorm van sport, afgezien van een baantje in het italiaanse zwembad en een loopje naar de Oostenrijkse gondellift. Eerst op krukken, daarna waggelend en tenslotte weer normaal bewegend. Deelname aan het NK Online is me begin September nog een brug te ver. Het organiseren en de dag zelf waren top, heb samen met Jeremy, m’n pa, (die weer bijna de oude is ( "het wordt nooit meer nieuw ")) Patrick D en iedereen van WV Avanti een superdag beleefd.
Ondertussen is er door de mannen van Plieger in Meerkerk een nieuwe blauw witte Dogma opgetuigd waarmee ik eind september het eerste rondje maak. Nooit geweten dat je schaambeen (je zitbotje) nog zo’n napijn kan geven, ook al zit het allemaal weer aan elkaar. Toch maar even wachten. Focus wordt nu officieel seizoen 2012.
Eind september: als alternatief ga ik dapper aan de slag bij de lokale sportschool . Eerst het lijf weer op orde, in de winter afvallen en op zoek naar een uitdaging. Stilstand is achteruitgang. Pedala!
Niemand, niemand naast, achter of voor me als ik vanmiddag in de striemende regen na 80 kletsnatte kilometers richting de grebbeberg rij. Iedereen verklaart het voor gekkenwerk,155 km in de regen, maar op de een of andere eigenaardige manier bevalt het me vandaag wel. De benen zijn super na de Geants des Ardennes van vorige week, de Gios is ook weer in orde met nieuwe wielen (campa scirocco) en hoewel het lijf al na 3 km tot op de draad nat is heb ik het niet koud. Daarbij is het ook al bijna 10 september, de dag waarop Patrick en ik de Mont Ventoux vier keer gaan ‘doen’. Training is dus noodzakelijk.
Zonder computerteller (afgebroken tijdens transport vorige maand) of mp3-speler is het ideaal om het hoofd eens leeg te maken.
En dan gebeurt het me meestal dat ik me ineens flarden tekst herinners van een of ander liedje dat vroeger toen ik klein was (jezus wat klink ik oud ) indruk op me maakte.
Zo schoot vanmiddag opeens dat mooie nummer van Toon Hermans in m’n hoofd, ‘Cafe Biljart’ over twee 80-jarige opa’s die iedere dag samen biljarten tot die dag dat er een niet meer zal komen opdagen. M’n oma heeft een oud cassettebandje met de show van Toon uit 1980 daarop en die luisterde ik vroeger wel eens en later had ik hem zelf op tape (TDK D90).
Na een kilometer wist ik het hele refrein weer en midden in het donkere bos voor de grebbeberg, in de gietdende regen kwam opa Willem tot leven: ‘En Willem dat was een aparte, die zei toen hij de boodschap ontving: alleen kan een mens niet biljarten , hij zette zijn pet op en ging’. Zingen in je eentje, hardop. kan soms zo lekker zijn. Met een glimlach draai ik druipend de Greb op.
Rond twee uur bereik ik de finishboog op het Malieveld, vandaag 300 deelnemers, enkele tientallen hebben de 155 gedaan. Van een aardige dame krijg ik een blikje fris, van een van de organisatoren de felicitaties.
Zwart van het vuil leg ik de Gios 5 kilometer verder in de auto, ik kleed mezelf om en vertrek. Met de conditie zit het snor. Ventoux, ik ben er klaar voor.
Bedankt Willem!
P.s. nog zo eentje voor de verzameling tranentrekkers voor de eenzame sentimentalista op de fiets: Stille Willie
Joepie! Laat ie nou net nog geen 10 km van ons huisje liggen: De Nockalmstrasse. Volgens een eerdere ‘ beklimmer’ een panoramaroute waar je schitterend kan klimmen. Volgens het profiel ruim 27 kilometer over twee cols van iets meer dan 2000 meter hoogte. Ik zeg: uitdaging!.
Ik haal de Gios uit de gang en trek m’n fietskleren aan. Het is een graad of 20 maar het iseen beetje grijs buiten dus korte mouwen, korte broek, armstukken en m’n hotpack voor de zekerheid. Ik neem in een onderdelenbidonnetje twee binnenbandjes, twee ‘ bommetjes’, een multitool en twee afnemers mee. De andere bidon gooi ik vol water. In m’n rugzak nog een banaan, twee repen en nog een extra bandje. Aangezien ik in m’n eentje ga wil je niet voor verrassingen komen te staan. Na vrouw en kinders een zoen te hebben gegeven ga ik om negen uur op pad.
Van Bad KleinKirchheim naar Ebene Reichenau (start van de klim) is een kilometer of 8. Een lekkere vlakke aanloop waar je goed op kan opwarmen. Voorbij het dorp geeft een groot bord aan waar je heenmoet. Bij de toegangspoortjes aangekomen (automobilisten moeten betalen voor de toegang) zwaait een slaperige man in een hokje me toe. Slingerend en licht omhoog lopend vervolgt de weg door de dennebossen.
Ineens komt het binnen. Niets, ik hoor naast het licht ruisen van de bomen en her en der een vogeltje helemaal NIETS.
Helemaal alleen, met slechts een fiets en een schitterende alpenpas op de wereld. En dat meer dan een uur aan een stuk.Mooier kan het leven soms niet zijn.
Een paar koeien kijken me meewarig aan als ik ze op een paar meter passeer. Langs bergmeertjes en schitterend lopende bochten (allemaal genummerd inclusief de hoogte waarop de bocht zich bevind) bereik ik de eerste top op 2024 meter. Ik ben op het hele stuk twee medeweggebruikers tegengekomen, waarvan de boswachter er 1 was.
Op de top snel een foto en dan door de afdaling in, en wederom een verrassing, je kunt van de eerste top de hele slingerweg door het vallei naar de tweede top zien, SCHITTEREND.
Na 500 meter hoogteverschil te zijn gedaald start de tweede klim naar de Eisentalhohe, het omkeerpunt van vandaag.
Aan het begin van de klim begint het te miezeren. Da’s goed waardeloos want als het weer echt omslaat heb ik een probleem. Dan moet ik terug en dat betekent die eerste berg weer over. Ik rij door. Op 1800 meter doe ik toch mijn hotpack aan en kom boven.
Op de Eisentalhohe is het door de ijzige wind nog geen vijf graden maar er staat gelukkig wel een kleine berghut annex aanlegplaats.
De alleraardigste eigenaar schudt verbaasd zijn hoofd als hij me ziet en gebaart me dat ik gauw binnen moet gaan zitten in het nog kleinere ’ restaurant’ gedeelte (12 zitplaatsen op 8 vierkante meter) waar hij meteen voor mij speciaal de electische kachel aanzet. De vier aanwezige motorrijders die achter de koffie zitten heten me met een korte knik welkom. Als ze horen dat ik op de fiets ben gekomen vragen ze ‘ Sind sie wahnsinnig geworden?’ .
Inmiddels schuift de waard een portie zelfgemaakte warme worstjes met brood en mosterd onder m’n neus inclusief koffie en een cola voor de opkikker.
Als ik klaar ben met eten zie ik door het kleine ruitje dat het buiten niet meer miezert. Er ligt nog wel sneeuw aan de overkant van de weg.
De wind, die is er ook, het giert rond het hutje en de waard voorspelt storm.
Ik bedank hem voor de enorm goede zorgen, zeg dat ik zeker weer eens terugkom, trek m’n jack weer aan, groet de aanwezige gasten en duik de afdaling in, terug naar Col nummer 1, onderweg constant verbaast door het fraaie natuurschoon. Een paar uur later ben ik terug, het hele verhaal in geuren en kleurden vertellend aan de thuisblijvers.
Dit had ik voor geen goud willen missen.
P.s. ‘ s middags met Erica en de kids met de auto hetzelfde ritje nog eens gedaan. De waard herkende me en was trots en blij dat ik ik er was. ‘ Er zijn niet veel mensen die hier fietsend voorbijkomen’ zegt hij knipogend tegen m’n vrouw.
Wat is Oostenrijk toch een topland denk ik bij mezelf
‘ Even m’n spullen pakken’ , hoor ik mezelf zeggen als tijdelijke overbuurman Hans vraagt of ik ik zin heb een uurtje mee te gaan fietsen.
Het is vrijdagmiddag half zes, 9 juli 2010 in Bad Klein Kirchheim en ik heb net twee uur in het zwembad gezeten met de kinderen. Eigenlijk is het tijd om op het gemakje aan het eten te beginnen maar een uurtje fietsen moet kunnen. Het is nog lekker warm, 27 graden en ik heb zin om deze laatste dag in Oostenrijk nog even een ‘ bergje te doen’.
Buurman Hans is een afgetrainde fietser die bij WV de Volharding meerijd en iedere dag op de fiets zit. Gezien zijn fysiek, mager, lang ben ik geen partij voor hem maar toch heb ik zin een bergje te doen met hem.
‘ Laten we eens naar de Heidi Alm fietsen’ zegt hans, doelende op een soort van McDonalds achtig Heidi museum boven op een bergje in de buurt dat alleen door mensen die echt niks anders te doen hebben wordt bezocht. ‘ Sgoed’ antwoord ik , op mijn Gios naarstig zijn wiel volgend naar het volgende dorp waar de klim begint.
Daar aangekomen blijkt het klimmetje vanuit het dorp 8 km te zijn. Precies goed, lekker kort en binnen een uur weer thuis. De eerste kilometer breekt het zweet echter aan alle kanten uit. Mijn hele lichaam komt krakend en zwalkend bijna tot stilstand . Dit is niet steil, dit is allesverpletterend ?!?
Met een oog zie ik nog net dat de teller blijft steken op 6 km per uur. De laatste keer dat ik dat zag was op de Galibier, de laatste 5 km toen het licht bijna uitging.
Wat de zaak er ook niet beter opmaakt is dat de derailleur de (nieuwe) ketting niet vasthoud op het kleinste kransje (26) waardoor ik op 34 x 24 moet staan. Letterlijk staan want zitten gaat zo niet.
Na drie kilometer besluit ik op aandringen van Hans toch even aan het mechaniek te pielen, ‘ beter voor de knieen’ is het argument. Ik stap af, draai het spul wat aan en dat zorgt ervoor dat hij op 34×26 blijft staan. Met een klein rondje naar beneden en terug (het is zo steil dat bergop in de klikpedalen komen zelfmoord is) ga ik na 60 seconden verder.
‘ Tik’ hoor ik en ik vloek in mezelf. Mijn gloednieuwe sportbril is uit mijn achterzak gevallen en klettert precies op de glazen op het asfalt. Murphy’s law enzo.
Na 6 km komen we een dorpje in. M’n benen verzuren nu snel en in mijn hoofd tel ik de meters af. Hans is inmiddels wat doorgereden. Doorgedanst liever, want met zijn kleinere verzetje maakt hij ‘ en danseuse’ een mooie tred naar boven.
‘ Zitten, toch maar even zitten’ zegt mijn lichaam en ik probeer duwend en trekkend het ritme vast te houden. Nog een klein knikje omhoog gaat het in de laatste kilometer. Ik trek aan mijn stuur om kracht te zetten waardoor het voorwiel van de grond komt. Dit moet niet gekker worden, hoe steil is dit hier wel niet? Elf procent mischien?
Vijf minuten later sta ik naast Heidi voor een foto. Ook Hans moet er aan geloven. “ Tsja, dat was toch een stukkie pittiger dan ik dacht, dit klimmetje’ zegt hij droogjes met een glimlach om de mond.
We groeten Heidi en suizen de afdaling in…
De volgende dag vind ik op internet een profiel van de klim terug (Falkertsee)die meteen verklaart waarom ik als een natte krant omhoogging. Elf (!) procent gemiddeld met uitschietersnaar 14,9. Wel effe gedaan dus deze voor mij steilste klim ooit, met een haperende versnelling. Opgeven is geen optie!
Met gepaste trots hijs ik de fiets op de auto. En dan te bedenken dat ik de Amerongse berg ooit pittig vond…
P.s. de Nockalmstrasse was een stuk beter te doen. Maar daarover later meer.