Koud, heel koud. Als ik met Pierre ’s morgens om half zeven aan de start sta in Diekirch met 1000 anderen is het krap aan 8 graden. Half kleumend en dicht op elkaar gepakt wachten we met z’n allen op het startschot dat om zeven uur wordt gegeven.
Om me te wapenen tegen de kou heb ik een windbreaker, lange handschoenen en mouwstukken aan. Dat moet voldoende zijn want na 10 km begint het eerste klimwek en niets is zo vervelend als om met een paardedeken om een zware inspanning te moeten plegen.
Als de stieren om zeven uur worden weggeschoten pikken we aan bij een grote groep. Al rijdende proberen we ons op een licht verzetje wat warm te rijden. Er staat een interessante route voor de boeg
Hoewel ik de afgelopen weken voor deze tocht op vakantie ben geweest en de fiets niet heb aangeraakt gaan de erste klimmetjes me goed af. En het afdalen natuurlijk!
Dan slaat na 40 km het noodlot weer eens toe.

In een afdaling op slecht wegdek storm ik af op een scherpe bocht naar links die leidt naar een steile helling. Ik neem de bocht maar voel mij voorwiel stoten op een steen of richel en direct heb ik een doorstoter, mijn voorbinnenband ontploft en ik kan ternauwernood de bocht nemen. Half op de beklimming stap ik af en loop terug naar beneden, vloekend omdat Pierre en ik nu deze eerste trein missen en die waarschijnlijk ook niet meer inhalen. Snel ros ik de band eraf en een klein kwartier later zijn we weer op weg. Bij de eerste stop staan Loes en Erica klaar met broodjes en drankjes. Ik pomp snel die voorband nog wat bij (met ‘bommetje’ bleek ik hem op 3,5 bar te hebben gezet) en  daarna is het rap weer verder. Overigens hoor ik dat Floris L. ook is gesignaleerd, een 20 minuten voor ons. Waarschijnlijk waren we hem zonder die klapband tegengekomen.
De eerste echte test is de Thommerberg, een kreng eerste klas. Op het steilste stuk staat, hoe kan het ook anders, een volger in een afgeslagen CAMPER stil, half links in de berm, half over de weg. De eigenaar wordt alle ziektes toegewenst en wat mij betreft terecht, zo’n staaltje van onvermogen heb ik zelden gezien.  

Op het moment dat ook ik hem heb vervloekt rijdt een fietser rechts naast me slingerend naar me toe, hij valt bijna om. Een miniversnellinkje maak ik om voorbij hem te komen als er, na de camper ook nog een lokale boer met z’n trekker en ploeg vanuit het veld op de klim achteruit de weg op wil rijden. Nou ja zeg, woest ben ik. En dat helpt, stampend kom ik boven. Deze kunnen we afvinken.

Langzamerhand wordt het warmer en  er staat een frisse wind, heerlijk fietsweer dus. Voor en na de Gileppe is het heerlijk afdalen,  met een licht dalende weg suizen we met een clubje van constant boven de 55 per uur naar benden. DIT is leven!

Op de Gileppe stoppen we voor de tweede controle en terwijl ik afstap wordt ik door een omroeper met een megafoon behorende bij een onbekende fietsclub al van verre uitgenodigd voor een bakje soep. ‘Wulde soep? Kome hale dan! Lekkurr! Brabantse gezelligheid alom.

Het succesvol halen van de finisch hangt voor een gedeelte af van het kiezen van een goed ‘groepje’ om mee mee te rijden. Ons groepje van de dag is van ‘Vencomatic’, zij rijden zo rond de 31 gemiddeld en dat is lekker ‘anhangen’. 

Ook dit jaar treedt hetzelfde fenomeen op. Na de controle in Herderen( 160 km) voel ik me steeds beter en besluit weer eens flink te treinen. Met 34 per uur trein ik pa en enkele anhangers voort en halen we meerdere groepen in. Heerlijk is het om te voelen dat je nog wat overhebt. Genoeg ook om de Halembaye, de laatste kuitenbijter, na 180 km goed op te komen.

Met nog 25 km te gaan zie ik een grote groep van een mannetje of 30 voor me rijden. Vijf kilometer verder haal ik ze bij. "Blijven we hier hangen" vraagt Pierre, maar ik besluit anders. "Ik heb geen zin meer in groepjes" zeg ik en rij de hele club voorbij.
Met nog 20 km te gaan zet ik de sokken erin, maar ik vergis me in de harde wind die vol op kop blaast. Na 10 km komt de teller niet meer over de 30 en alles doet ineens pijn. 
"Ze komen terug!" hoor ik achter me. (Ik zag de verontwaardigde gezichten al toen ik zonder om te kijken de voorsten voorbij stormde.)
Ineens voel ik me zoals die eenzame ontsnapper die 100 meter voor de finisch wordt ingehaald. "Dood of de gladiolen" is het enige wat opkomt en met het laatste restje kracht los ik de beurten af met Pierre en flitsen we door Soerendonk waar  tientallen supporters weer langs van de kant van de straat staan met barbecues en bier om de lokale helden en familie aan te moedigen. Ook ons valt een staande ovatie ten deel en dat geeft vleugels. 

Ze halen ons, na flinke pogingen,  niet meer in en met z’n tweeën rijden we rond 10 voor zes hand in hand over de finish. Pa en ik hebben het hem als goed team weer gelapt. Apetrots zijn we beiden als we het cafe inrijden voor de laatste controle, de welverdiende medaille en het  nog meer verdiende biertje.

Het was een mooie dag.

(Met dank aan Loes, Erica en Wilma) 

4 Reacties op “Diekirch-Valkenswaard 2009”
  1. Pierre zegt:

    Fred
    het was weer gezellig en geweldig om samen met jou deze monstertocht te volbrengen.
    Mvrgr

    Pa

  2. Loes zegt:

    Het was super om jullie samen over de finish te zien komen broertje!

  3. Thieu Maas zegt:

    Misschien had het pelfort team toch beter bij RWC kunnen blijven, daar wordt je niet zo moe van. wellicht tot een volgende keer.

  4. FietsMargreet zegt:

    Leuk verhaal heb je geschreven van deze tocht. En gelukkig heb je het zonder ongelukken er van af gebracht. In jouw verhaal blijkt ook weer dat je als fietser soms denkt “dat breng ik er goed vanaf”. Leuk de foto aan de finish!

Plaats een reactie